Hij stierf in de Bataclan

Bedankt voor de gitaar

door Stephane Calmeyn –

De man zakt op handen en voeten op het trottoir. Zijn haar is doorweekt. Zijn knieën steunen op het natte asfalt. De ijskoude wind snijdt door zijn openhangende jas, maar dat lijkt hem niet te storen. Het is zaterdag 21 november 2015 en hij zet de vazen recht die zijn omgewaaid. Hij verzamelt de bloemen die verspreid langs de muur liggen en plakt de tientallen in de regen doorweekte briefjes vast met plakband. Met een kort gebaar strijkt hij een lucifer aan en steekt de kaarsen aan die zijn uitgewaaid.

Ik kijk naar de man. Hij snuift regelmatig. Huilt hij? Hij gaat staan. Wij wisselen een lange blik. Dan zegt hij bijna fluisterend: “Ik ben een neef. Romain en ik waren vrienden.”

Romain Naufle was de gitaarbouwer uit mijn buurt, de populaire buurt Ménilmontant in het oosten van Parijs. Hij bouwde gitaren. Vorige week, op 13 november, stierf hij in de Bataclan, in de kogelregen van terroristen die Parijs met bloed doorweekten.

De werkplaats van Romain ligt twee kilometer van de Bataclan, aan de Rue des Gâtines 18. Het is hier dat die man met zijn doorweekte haren zijn herinneringen beleeft en waar voorbijgangers en buren getuigen van hun woede en saamhorigheid. Het ijzeren rolluik van de gitaarbouwer is neergelaten, alsof het halfstok hangt. Kinderen uit de buurt hebben er lieve, hartverscheurende briefjes aan opgehangen: “Bedankt voor de gitaar, Romain”, getekend Candice. “Romain, je bent mijn vriend”, getekend Paul. Een bovenbuur schrijft: “Romain, nu jij weg bent heeft dit pand zijn ziel verloren. Nooit meer gitaren op de trap.” Het trottoir is geen trottoir meer, maar een verlichte kapel.

We staan hier deze ochtend met een man of twaalf in gezamenlijk zwijgen. Dan draait een mevrouw van in de zestig, gekleed in een elegante beige mantel zich naar mij toe. “Ik vond het ook altijd zo mooi om hem te zien werken als ik langskwam”, fluistert ze alsof het een vervolg is op een gesprek dat we al voerden. Dat “ik ook” raakt me. Het onderstreept wat wij allemaal in Parijs voelen na de aanslagen: dezelfde verdoving, dezelfde behoefte aan troost en dezelfde liefde voor het leven.

De winkel van Romain leefde; uniek, bescheiden en gastvrij. Als je binnenkwam stonden links de gitaren, meest elektrische, opgesteld langs de muur. Rechts stond een honingkleurige werkbank met zijn gereedschappen die leken op die van een meubelmaker. Het is lang geleden dat je in deze stad ambachtslieden aan het werk kon zien, behalve de schoenmaker.
Romain Naufle was de uitzondering. Vanaf de straat kon je zijn vroegtijdig kale schedel over zijn werkbank gebogen zien, gefocust op het werk dat zijn handen verrichtten. Hij was pas 31 jaar, maar werkte met de sereniteit en rust van iemand met jarenlange ervaring.

 

Veel mensen in de buurt waren gefascineerd door de stukjes hout die achter het raam lagen uitgestald, wachtend om delen van gitaren te worden. “Esdoorn, mahonie en padoek, een Afrikaans hardhout dat uitstekend is om blues te spelen”, vertelde hij mij ooit. Als amateurmusicus was ik bij hem binnengekomen om een gitaar voor mijn zoon te kopen. Youri was pas zeven jaar, en pakte voortdurend mijn veel te grote gitaar die hij dan bijna liet vallen; het was tijd dat hij zelf een instrument kreeg. Romain wilde de jongen zelf zien, maar de gitaar moest een kerstcadeau worden.

Een half uur lang zaten we te praten over muziek en over kinderen. Romain probeerde te achterhalen wat voor een kind Youri was. Hij luisterde naar mijn uitleg terwijl hij zelf met de schroevendraaier in de hand doorwerkte aan de stemsleutels van een gitaar. De gitaarbouwer had een bijna kinderlijke uitstraling op zijn gezicht behouden hoewel zijn professionele leven al zeer gesetteld was.

Tijdens ons gesprek was er een veertiger binnengekomen die eruit zag als een zakenman in driedelig kostuum, maar zonder das, gevolgd door een overjarige rocker met grijs haar en een zilveren oorring. De eerste wilde een pakje snaren en de tweede kwam zijn bas brengen ter reparatie. Ze waren van een Britse band waar ik nog nooit van gehoord had. Er kwamen allerlei lieden bij de gitaarbouwer.

 

Na die 13de november arriveerden er boodschappen van rouw en medeleven uit de hele wereld. Vele ervan eindigden met de uitroep ’Vive la France’. Voor de Rue de Gâtines 18 hadden onbekenden drie kleine blauw-wit-rode vlaggen neergezet die wapperden in de wind en zich verzetten tegen de regen. Zou Romain dat gewaardeerd hebben? Ik weet het niet. Fransen kennen geen eenvoudig patriottisme. Jazeker, sinds die 13de november tonen wij ons trots op onze nationaliteit en hecht verenigd in onze liefde voor vrijheid en democratie. Wij herontdekken dat het mogelijk is patriot te zijn zonder nationalisme. Wij zijn ervan overtuigd: hoewel terroristen de eerste slag winnen, verliezen zij uiteindelijk de oorlog.

Romain wordt gemist door zijn naasten. Hij wordt gemist door zijn buurt. Als hij een gitaar stemde tot ze juist klonk, was het alsof hij orde schiep in de chaos van de wereld; harmonie. In mijn woonkamer, op 50 meter van zijn voormalig atelier, staat de gitaar van Youri nu naast de mijne. Gisteravond hebben we haar samen gestemd.